Volksvertegenwoordiger en fractieleider gemeenteraad te Roeselare
"Decadentie, dat gebeurt als men het beest niet meer met zijn eigen naam durft te benoemen" Henry de Montherlant, Frans schrijver
"Het inschrijvingsrecht werd al in 1978 door de Raad van State ongrondwettelijk genoemd. Politiek gezien is het ook een absurd recht. Men kan toch moeilijk in Vlaanderen wonen en tegelijk Vlaanderen de rug toekeren?". Professor Hendrik Vuye in Knack (02.12.2009). Diezelfde professor Vuye verklaarde onlangs in De Morgen (10.02.2010): B-H-V-onderhandelaar Jean-Luc Dehaene "was altijd een tegenstander van het inschrijvingsrecht. In 1978 werd het Brusselverhaal van het Egmontpact op het CVP-congres afgeschoten door de vertegenwoordigers van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, die onder leiding van Jean-Luc Dehaene, fulmineerden tegen het inschrijvingsrecht". En nu zou dezelfde Dehaene datzelfde inschrijvingsrecht willen invoeren, hij die verklaarde dat "(.) de prijs in de rand - vooral het inschrijvingsrecht dat de Franstaligen verwierven - te hoog was."
BOEKBESPREKING : WAAROM IS AMERIKA ZO VERSCHILLEND ? HET VERHAAL VAN CONSERVATIEF AMERIKA.
door Peter LOGGHE
De verschillende pijlers van de Amerikaanse conservatieve revolutie worden uitvoerig belicht: het ontstaan van de verschillende denktanks in de V.S.A. (oa. de American Enterprise Institute, de Heritage Foundation), de mensen met het geld – The Big Five, zoals de heren Scaife, Coors, Koch, Bradley en Olin ook wel worden genoemd – en de vele honderden, misschien duizenden conservatieve stichtingen en verenigingen die het laatste decennium als paddestoelen uit de grond schoten. Verder is er de belangrijke National Rifle Association, en is er het voetvolk, de massa veldwerkers, militanten, de christelijke Moral Majority, zijn er de Amerikaanse nationalisten. Het verhaal vooral van hoe dat alles samenvloeide in één grote conservatieve beweging. De juiste thema’s op het juiste moment – een vrij eigenaardige mix van mensen die abortus totaal afwezen, militanten die de rol van de staat wilden verkleinen en het vooral hadden over zelfredzame gemeenschappen (een typisch Amerikaans conservatief standpunt) tot de neoconservatieven die – uit linkse en extreem linkse hoek komend – de Amerikaanse buitenlandse politiek een stuk agressiever wilden, die eigenlijk het Amerikaanse Rijk als politieke doelstelling aan de agenda toevoegden en daardoor de binnenlandse veiligheid wilden verzekerd zien.
Conservatief Amerika is sterker dan ooit in het machtscentrum verankerd. De auteurs geloven ook niet dat ze deze politieke macht heel snel uit handen zullen moeten geven, en vooral, in het ganse land is de conservatieve nakomelingschap verzekerd, zelfs bij de (groeiende groep van) Latino’s en zelfs zwarten. En de jeugd. Zo opent het boek met een beeld van eigentijdse twintigers, die overtuigd Republikeins stemmen. Eigenaardig ook dat de Republikeinse partij zich geografisch heeft verlegd: haar oorsprong ligt in de noordoostelijke staten, en haar machtsbasis verschoof geleidelijk aan naar het zuiden en de Belt. The South, het stamgebied van de Democratische partij, werd door de linkse koers van diezelfde partij afgestoten richting Republikeinen, die met graagte de ruimte hebben ingenomen. Zo heeft de familie Bush haar woonplaats op twee generaties tijd verlegd naar Texas en heeft er zich goed geïntegreerd.
De auteurs noemen het Amerikaans conservatisme an idea whose time had come. Was het conservatisme een term die in de jaren 50 van de vorige eeuw in de V.S.A. niet voorkwam – zelfs republikeinen noemden zich gematigde liberals – dan schildert dit boek in mooie trekken de geleidelijke en soms minder geleidelijke verandering, verschuiving naar rechts. Het pionierswerk van Buckley’s National Review en van Russell Kirk’s werken wordt passend vermeld. Nu omschrijven zomaar eventjes 42 % van de Amerikanen zich als conservatief, terwijl slechts 19 % zichzelf tot het progressieve kamp bekent. Er is veel veranderd, ook en vooral in intellectuele middens. Rechts bleek opeens ook ideeën te hebben en heeft misschien wel juist die ideeën die beter aansluiten bij de realiteit van de mensen.
Een grondige verklaring dus waarom Amerika zo anders is, en zo conservatief. De Amerikaanse media zelf zijn ook veel rechtser van hun Europese collega’s. De auteurs maken de vergelijking met het Thatcherisme in Groot-Brittannië en benadrukken het feit dat nergens ter wereld het conservatisme zo verweven is met de christelijk-conservatieve moraal als in de V.S.A. Niet het inkomen beslist hoe je stemt, wel hoe vaak je naar de kerk gaat. Letterlijk.
De nalatenschap van E. Burke, de eerste conservatieve denker van de moderne tijden, vatten de auteurs in 6 principes samen:
1. wantrouwen in de macht van de staat
2. voorkeur voor vrijheid boven gelijkheid
3. patriottisme/nationalisme
4. geloof in gegroeide instellingen en hierarchieën
5. scepticisme in de idee van vooruitgang
6. elitisme
De auteurs merken op dat het Amerikaanse conservatisme vooral de drie eerste principes aanhangt, en de persoonlijke vrijheid is werkelijk een obsessie. Belangrijk is hun conclusie van het inleidend gedeelte: het Amerikaans conservatisme is eerder een beweging dan een partij (een beetje zoals de Vlaamse Beweging t.o.v. de Vlaams-nationale partij(en)). Een geslaagde metapolitieke machtsovername dus?
Een interessant boek, in een gemakkelijke taal gesteld, en boordevol informatie. Een boek om te reflecteren over de overduidelijke verschillen tussen Amerikaans en Europees rechts, ook naar sociaal-economische denkbeelden toe. Voor de liefhebbers: het boek is te krijgen via de Werkgroep Identiteit, Bert Dekeyzer, Roeselaarsestraat 138, 8870 Izegem.
Micklethwait, J., Wooldridge, A., The Right Nation, Why America is different, Allan Lane, London, 2004, 450 pag.
ISBN 0 - 7139 - 9738 - 9