Volksvertegenwoordiger en fractieleider gemeenteraad te Roeselare
"Decadentie, dat gebeurt als men het beest niet meer met zijn eigen naam durft te benoemen" Henry de Montherlant, Frans schrijver
"Het inschrijvingsrecht werd al in 1978 door de Raad van State ongrondwettelijk genoemd. Politiek gezien is het ook een absurd recht. Men kan toch moeilijk in Vlaanderen wonen en tegelijk Vlaanderen de rug toekeren?". Professor Hendrik Vuye in Knack (02.12.2009). Diezelfde professor Vuye verklaarde onlangs in De Morgen (10.02.2010): B-H-V-onderhandelaar Jean-Luc Dehaene "was altijd een tegenstander van het inschrijvingsrecht. In 1978 werd het Brusselverhaal van het Egmontpact op het CVP-congres afgeschoten door de vertegenwoordigers van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, die onder leiding van Jean-Luc Dehaene, fulmineerden tegen het inschrijvingsrecht". En nu zou dezelfde Dehaene datzelfde inschrijvingsrecht willen invoeren, hij die verklaarde dat "(.) de prijs in de rand - vooral het inschrijvingsrecht dat de Franstaligen verwierven - te hoog was."
- deze motie werd “natuurlijk” door de CD&V-SP.A-meerderheid verworpen, maar onze fractie blijft verder op de nagel slaan
Toelichting:
1. De aanleiding tot deze resolutie moet gezocht worden in de aanhoudende transfer van het verkeersboetefonds. Jarenlang reeds worden op die manier miljoen versast van Vlaanderen naar Wallonië, zonder dat daar wat tegenover staat.
Iedereen kent het principe: de verkeersboetes, die de flitspalen - 1.400 in Vlaanderen - worden in een federale pot gestort. Vlaanderen zorgt op die manier voor 83% van de opbrengsten. En dan moet het geld verdeeld. De uiteindelijke verdeelsleutel van het ‘verkeersboetefonds’: 63% op basis van het aantal kilometer wegen en 37% op basis van de gerealiseerde daling van het aantal doden en gewonden. Resultaat: Vlaamse gemeenten ontvingen in 2003 bijvoorbeeld amper 57% van het verkeersboetefonds, terwijl ze voor 83% van de opbrengsten voor dat fonds zorgen. De Vlaamse politiezones krijgen 3,26 euro per inwoner, de Waalse 6,52 euro per inwoner. De gemiddelde Vlaming betaalde in 2003 24,7 euro aan verkeersboetes, de gemiddelde Waal amper 16 euro (cijfers VVSG, gecit. in Het Belang van Limburg, 01.04.2004). In 2004 was de toestand identiek.
De staat België inde in 2005 zomaar eventjes 299 miljoen euro of 12 miljard oude franken aan verkeersboetes. Een stijging ten opzichte van 2003 van 13%. Nu hebben we niets tegen een grotere verkeersveiligheid natuurlijk. Er is echter een ‘maar’ aan al deze positieve opmerkingen, en Eric Donckier vat het perfect samen in Het Belang van Limburg: “Wel ergerlijk is de vaststelling dat goed 83% van de verkeersboetes in Vlaanderen wordt geïnd en amper 5% in Wallonië, maar dat ondertussen meer dan de helft van de inkomsten van het Verkeersboetefonds terugvloeit naar Wallonië” (30.01.2006). Zo kreeg de politiezone Gent in 2005 een bedrag van 445.645 euro, Leuven 372.313 euro, en de politiezone rond Durbuy, La Roche en 8 andere landbouwdorpen errond 642.506 euro. Op die manier zou 57% van het geld naar Wallonië stromen. Zo merkt Arne Dormaels van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) op dat “we het dit jaar niet opnieuw berekend hebben, maar de wanverhouding van vorig jaar blijft bestaan” (aldus bericht in Het Laatste Nieuws op 27.01.2007).
2. Het Vlaams Belang dringt allang aan op het einde van de verschillende transfers, ook van de transfer in het verkeersboetefonds. Wij vinden dat de boetes die in Vlaanderen zijn geïnd, best ook in Vlaanderen kunnen worden geïnvesteerd in bijkomende verkeersveiligheid. We staan daarin blijkbaar niet langer alleen: Van verschillende kanten werd er al een klacht neergelegd bij de Raad van State. Het Rekenhof, toch niet onmiddellijk een Vlaams-nationale mantelorganisatie, maakte heel wat voorbehoud tegen de eigenaardige manier van middelenverdeling in dit Fonds. Andere gemeenten en steden maakten onder luid protest hun bezwaren bekend: Mechelen in 2004, onlangs ook burgemeester Marcel Mondelaers van Beringen, een CD&V-burgemeester. Waarom zou Roeselare zich niet als eerste gemeente in de RIHO-zone roeren en in de politieraad van deze zone een gezamenlijke vraag laten stellen waarin wij compensatie eisen voor het boetegeld dat ons via de federale verdeling wordt ontnomen?
3. Gelet op de geldkrapte van de meeste Vlaamse gemeenten en steden lijkt het ons verder geen slecht idee om datgene waarop wij recht hebben, ook dringend te vragen. Deze communautaire scheeftrekking duurt al veel te lang. De scheiding van de geesten in de verkeersproblematiek en inzake verkeersveiligheid is trouwens al heel lang een feit. Zo liet PS-voorzitter Elio Di Rupo, reeds op 22 juli 2003 in Humo optekenen: "Vlamingen moeten maar eens aanvaarden dat er tussen de regio’s verschillen in ethische gevoeligheid bestaan. Het dossier van de onbemande camera’s is in Vlaanderen bijvoorbeeld niet ethisch geladen, maar in Wallonië wél. Wij beschouwen het als een onaanvaardbare inbreuk op het privé-leven zomaar gefotografeerd te kunnen worden met om het even wie naast je in de auto."
Goed, wij willen de totaal verschillende aanpak van de verkeersveiligheid wel aanvaarden. Maar daar moet dan ook verantwoordelijkheid tegenover staan. Geef onze politiezone dus waar we recht op hebben.
Motie:
De gemeenteraad, in zitting bijeen op 21 april, roept derhalve het College van Burgemeester en Schepenen op om een duidelijk signaal in de Politieraad van de politiezone RIHO te geven, zodat de federale overheid opgeroepen wordt om nu een einde te maken aan de communautaire scheeftrekking in het Verkeersboetefonds en de politiezone RIHO een dotatie uit het Verkeersboetefonds te geven dat evenredig is met de inkomsten uit de RIHO-zone..
Peter Logghe
Gemeenteraadslid Vlaams Belang
Enkele feiten en feitjes van de afgelopen week: In Antwerpen treft de politie in een privé-woning een uitzonderlijk hoog aantal cannabisplanten aan, een recordvangst zeg maar. Tijdens een politiecontrole in de grensstreek tussen West-Vlaanderen en Frankrijk merken de politiediensten tot hun ontzetting op dat niet minder dan 1 op 5 (vooral Franse) gecontroleerde automobilisten onder invloed van drugs achter het stuur zat. En tenslotte stelt de VN-dienst tegen Drugs en Criminaliteit (in Metro, 11.03.2008) vast dat op wereldniveau minstens 25 miljoen mensen een ernstig drugprobleem hebben.
Welke ravage drugs in het verkeer kunnen aanrichten, bleek onlangs in het Leuvense, waar een jonge moeder, haar 11-jarig dochtertje en 2 vriendinnetjes in een gruwelijk auto-ongeval om het leven kwamen. Aan dit gruwelijk voorval lagen twee jonge Roemenen (van 18 en 20 jaar), die onder invloed van xtc-pillen door de dorpskern raasden, aan de oorsprong. Ze hielden totaal geen rekening met stoptekens, ze lapten alle snelheidsbeperkingen aan hun laars en hebben de wagen van de moeder aangereden aan een snelheid van 90 km per uur, 60 km per uur méér dan toegelaten is! 4 doden.
In Roeselare vielen op een tweetal weken tijd 2 drugsdoden door een overdosis aan drugs. En ondanks het feit dat iedereen er wel over spreekt, gebeurt er eigenlijk heel weinig. Graag enkele concrete vragen aan het College van Burgemeester en Schepenen, want veel ouders maken zich terecht zware zorgen:
1. Natuurlijk is het zo dat men als lokaal bestuur niet alles kan oplossen en dat er ook op federaal vlak van alles moet gebeuren. Maar als men op lokaal vlak niet genoeg middelen heeft, dan moet men toch bij de hogere overheden aandringen op meer middelen?
2. Zou men niet beter moeten controleren? Daartoe zijn natuurlijk meer mensen nodig op die uren waarop de dealers de straten onveilig maken en op die plaatsen waar dealers hun waren verkopen: rond scholen, rond de uitgaansbuurten. Er zijn ook de onbeheerde parkings, er zijn de lunaparken, waar jongeren ons soms over aanspreken. Gebeurt daar wel voldoende controle? Op welke momenten gebeurt daar controle?
3. Houdt men de drugsdealers – voor zover men die kent, natuurlijk – wel voldoende in het oog? Zij zijn het toch die de drugsdoden op hun geweten hebben, tenminste gedeeltelijk?
4. Heeft men in Roeselare zicht op de instroom van drugs in deze stad? Van waar komen de drugs? In welke hoeveelheden? Via welke kanalen?
5. Welke concrete maatregelen neemt het stadsbestuur zich voor te nemen na deze dramatische gebeurtenissen waarbij 2 jonge mensen om het leven kwamen?
Met bijzondere groeten,
Peter Logghe
Gemeenteraadslid Vlaams Belang
Roeselare, 22.10.2007
- Met dit voorstel wil het Vlaams Belang aan een ernstige lacune in Roeselare en in het imago van Roeselare verhelpen. Volgens een vroeger uitgevoerde en bekend geworden rapport van Westtoer heeft Roeselare – naast vele sterktepunten – één in het oog springende, ernstige zwakte: het gebrek aan een eigen identiteit. Voor Westtoer was dit gebrek zelfs problematisch! Terwijl Roeselare als stad er gewoon niet naast kan kijken: ze is een in-Vlaamse stad, men kan gewoon niet voorbij aan haar Vlaamse identiteit, aan haar Rodenbach-wortels, aan de ‘Groote Stooringhe’, enzovoort. Met na Rodenbach nog generaties verdienstelijke Vlamingen.
- Wij pleiten voor een taalbonus voor de bedrijven die zich nieuw in Roeselare komen vestigen. Een taalbonus is niet toevallig gekozen of zomaar uit de lucht komen vallen: taal is hét integrerend element bij uitstek. Verschillende binnenlandse maar ook buitenlandse rapporten bewijzen dat wie van de nieuwkomers best de taal van het gastland beheerst, ook het best en het snelst geïntegreerd geraakt. In die zin is het binnensluipen van zoveel Engelstalige publiciteit in onze stad, in onze huiskamer, en in ons land geen goede zaak. Met deze taalbonusprijs zou dit stadsbestuur een duidelijk signaal geven. ‘Roeselare is een Vlaamse stad’.
- Roeselare als centrumstad zou zich met deze prijs, met deze ‘taalbonus’ plaatsen in het rijtje van grote steden, die hierin zijn voorgegaan: Antwerpen, Gent en Brugge kennen allemaal al een soort van taalprijs voor nieuwe bedrijven met een originele ‘Vlaamse’ naam.
- Het is duidelijk dat een ‘taalbonus A. Rodenbach’ een meerwaarde aan de stad zou geven. Wij willen dat met deze ‘taalbonus’ het positief gevoel dat veel bedrijfsleiders bij de naam ‘Roeselare’ krijgen, nog verder vergroot wordt. Een positieve impuls dus voor Roeselare, waarmee we ons perfect in de lijn zetten van de boodschap van onze burgemeester: ‘Voer oppositie, maar in het belang van onze stad’.
- Deze ‘taalbonus’ zou een ideale gelegenheid voor het stadsbestuur zijn om te tonen dat ze begaan is met de identiteit van Roeselare en met de identiteit van de mensen. Deze taalbonusprijs staat los van elke partijpolitieke of ideologische connotatie en zou dus alle fracties van de gemeenteraad moeten kunnen bundelen.
- Tenslotte ligt deze taalbonus volledig in de lijn van wat enkele Vlaamsvoelende verenigingen in deze stad al heel lang vragen.
Het Vlaams Belang afdeling Roeselare roept de gemeenteraad op om het College van Burgemeester en Schepenen de opdracht te geven een tweejaarlijkse ‘Taalbonus Albrecht Rodenbach’ in het leven te roepen en een voorstel uit te werken. Het College van Burgemeester en Schepenen legt dan de gemeenteraad tweejaarlijks een lijst bedrijven voor waaruit de gemeenteraad een winnend bedrijf kiest.
Voorstel:
Het voorstel voor een ‘Taalbonus Albrecht Rodenbach’ moet rekening houden met de volgende elementen:
- Deze ‘taalbonus’ wordt elke twee jaar uitgereikt
- Aan een bedrijf dat zich in deze twee jaar op het grondgebied van Roeselare heeft gevestigd
- Een vestiging met een originele Nederlandstalige bedrijfsnaam, waarbij door gemeenteraad vooral aandacht kan worden besteed aan de historische context van de naam, het verhaal achter de naam, de originaliteit van de naam, enz.
De ‘taalbonus’ bestaat:
- Uit een plechtige zitting op het gemeentehuis (i.s.m. de Vlaamsvoelende verenigingen en de wijkcomités en ondernemersverenigingen).
- Uit de overhandiging van een klein kunstwerk (voorbeeld: moderne ‘Blauwvoet’)
- En uit de eervolle vermelding van het bedrijf in de verschillende infobladen van de stad, eervolle vermelding in de verschillende media in en rond Roeselare en het uithangen van de eervolle vermelding aan het stadhuis.
De uiteindelijke beslissing over het bedrijf dat de ‘taalbonus Albrecht Rodenbach’ krijgt, wordt genomen door de gemeenteraad, die een lijst van mogelijke kandidaatbedrijven ontvangt, opgemaakt door die Vlaamse verenigingen en die wijkcomités, die in dit kader en voor dit project met het stadsbestuur willen samenwerken. Met andere woorden: wijkcomités en verschillende Vlaamse verenigingen doen gemotiveerde voorstellen, die gebundeld worden door het College van Burgemeester en Schepenen, en die dan aan de gemeenteraad worden voorgelegd, waar de uiteindelijke beslissing valt.
Met bijzondere groeten,
Peter Logghe
Gemeenteraadslid Vlaams Belang
Roeselare, 16.06.2007
Enkele gemeenteraden terug vroeg het Vlaams Belang het College naar haar visie in verband met de nacht- en telefoonwinkels. Dit in het licht van de gewijzigde wetgeving. Veel wijzer werden we niet. Het College zou oplettend toekijken, zei men ons.
Toen onze fractieleider Herman De Reuse onlangs vragen stelde bij de onrust op het Sint-Elooisplein, meende dit College zelfs schamper te moeten reageren en dit af te doen als paniekvoetbal. Soit.
Nochtans werden ons de jongste weken opnieuw incidenten gemeld in deze stad. Zo waren er de drugproblemen in het Hof van ’t Henneken, en deden zich zogenaamde samenlevingsproblemen voor in het Biezenhof.
Er was onlangs de opmerkelijke drugzaak in Krottegem. Als het Vlaams Belang problemen in deze wijk aankaart, klinkt het natuurlijk steeds van: “Ze kloppen de problemen op, ze proberen de verzuring op te drijven en er politieke munt uit te slaan”. Is dat niet wat te kort door de bocht, dames en heren? Verdwijnen de problemen door het Vlaams Belang verzuring in de schoenen te schuiven? De berichten die we van verschillende kanten en van verschillende buurtbewoners mogen opvangen, gaan nochtans allemaal in dezelfde richting.
Immers: de aangehouden uitbater van een slagerij in de Ardooiesteenweg – een uitbater zonder vergunning blijkbaar – bleek het hoofd van een drugsbende, die op professionele wijze (wordt ons door specialisten gemeld) drugs, harddrugs dan nog, verhandelde. Iemand van Noord-Afrikaanse afkomst. Zijn slagerij bleek een dekmantel. Zijn bedrijf haalde jaarlijks minstens een omzet van 375.000 euro, aldus de politie.
En ondanks het feit dat deze crimineel al geruime tijd door de Nederlandse politie in de gaten werd gehouden, zou de man in Roeselare onroerend goed hebben aangekocht, in de
Ardooiesteenweg. En baatte hij een slagerij uit. Hoe hij die onroerende aankopen heeft gedaan, daar hebben wij het raden naar.
Een korte inspectie door de Ardooiesteenweg leerde mij verder dat er intussen 8 allochtone winkels zijn: 2 telefoonwinkels, 2 bakkers, 1 beenhouwerij, 1 pittazaak, 1 nachtwinkel, 1 voedingszaak en dat er niet minder dan 10 panden leeg staan.
Bestaat het gevaar niet dat mensen met criminele intenties deze wijk steeds meer gaan beschouwen als een inplantingzone (aankoop onroerend) en tevens als uitvalsbasis voor hun activiteiten?
Vraagstelling:
1. Wordt er in deze en andere mogelijke probleemwijken momenteel anders gecontroleerd dan in de rest van Roeselare? Zo ja, hoe? Is er wel voldoende ‘blauw’ op straat? Wordt er frequenter gecontroleerd? Zo ja, graag een woordje uitleg?
2. Als men overtredingen vaststelt, wordt er ook effectief gesanctioneerd en worden deze sancties opgevolgd? Zo ja, hoe?
3. Bestaat er een afzonderlijk veiligheidsplan voor gebeurlijke probleemwijken in Roeselare?
4. Doet men onderzoek naar de achtergrond en de herkomst van gelden bij aankopen van bijvoorbeeld onroerende goederen door vennootschappen van gemengde of volledig allochtone afkomst?
Peter Logghe
sluit dit venster
Geachte dames, heren,
Betreft: interpellatie inzake toepassing van wet betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening”
Argumentatie:
Dat telefoon- en nachtwinkels – een vrij recent fenomeen eerst in de grootsteden en nu steeds vaker ook in centrumsteden – het niet altijd even nauw nemen met allerlei reglementeringen (sluitingsuur, hygiëne, arbeidsvoorwaarden, taalwetgeving, fiscale en andere economische wetgevingen en reglementen) is een eufemisme.
Het Vlaams Belang is al langer dan vandaag vragende partij om het nieuwe fenomeen van nachtwinkels en belwinkels in onze grote en minder grote steden aan te pakken, vergunningen te laten controleren en waar nodig te sanctioneren. In deze sector wordt al jaren ofwel niet ofwel te laks opgetreden. Nochtans kent de overheid de problematiek maar al te goed.
Zo wist Gazet van Antwerpen op 12.01.2007 te melden dat de federale politie in Antwerpen een grootschalige fraude aan het uitzoeken is bij telefoonwinkels. Die maken via allerlei duistere zaakjes gigantische winsten. Volgens een voorzichtige schatting gaat het om honderd miljoen euro per jaar. Een aanzienlijk deel daarvan wordt doorgesluisd naar Pakistan. Speurders sluiten niet uit dat met dat geld Al Qaida of de heilige oorlog in Kasjmir worden gesponsord. De journalisten van Gazet van Antwerpen wijzen er op dat de aanslagen in Madrid op 11 maart 2004 gefinancierd werden door belwinkels. Het brein achter de aanslagen – met 200 slachtoffers – was eigenaar van een telefoonwinkel. Hij leverde de GSM-toestellen die de rugzakken met explosieven tot ontploffing brachten.
Verre van ons om te beweren dat de uitbaters van telefoon- en nachtwinkels in Roeselare en omgeving aanslagen aan het voorbereiden zijn natuurlijk. Maar reeds in februari 2006 berichtte de webstek brusselnieuws.be al over een “grootscheepse btw-fraude bij telefoonwinkels in Brussel en Wallonië”. En in Het Nieuwsblad (29.09.2006) kon men een verslag lezen over onderzoeken van de federale politie in 643 telefoonwinkels. Geen énkele winkel bleek in orde…
Voldoende reden lijkt ons om met enige bezorgdheid naar dit nieuwe fenomeen te kijken
Vraagstelling:
Sinds 1 maart 2007 is de nieuwe “Wet betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening” van kracht. Gemeentebesturen krijgen krachtens die wet meer wettelijke mogelijkheden om malafide nachtwinkels te beteugelen.
Mijn vragen:
- Kan het College van Burgemeester en Schepenen ons meedelen hoeveel nacht- en belwinkels zich op het grondgebied van Roeselare bevinden?
- Is het College van Burgemeester en Schepenen van plan om een inplantingsbeleid inzake nacht- en belwinkels op te stellen?
- Is het College van Burgemeester en Schepenen van plan om controle te laten uitvoeren op openings- en sluitingsuren?
- Is het College van Burgemeester en Schepenen van plan om een eigen reglement inzake deze nacht- en belwinkels op te stellen?
- Zou het niet nuttig zijn dat het College van Burgemeester en Schepenen bij het laten uitvoeren van controles, een soort ‘algemene staat van bevinding’ laat opmaken, zodat andere instanties een document hebben op basis waarvan zij risicozaken verder kunnen onderzoeken?
Met bijzondere groeten en hoogachting,
Peter Logghe
Gemeenteraadslid
Kattenstraat 80,
8800 Roeselare |
peter.logghe@dekamer.be | weblog | nieuwsbrief |